Het Koerhuis in Deventer

“De Teuge of Bergweide was één van de twee Deventer stadsweiden, die grensden aan Gelders rechtsgebied. De grens werd gevormd door de Dortherbeek, die later de naam Koerhuisbeek kreeg. Op de grens stond al in de 15de eeuw een versterkte wachttoren, die naar het middelnederlandse woord ‘coeren’ (= op de uitkijk staan) Koerhuis heette. In het Koerhuis woonde in vredestijd een wachter die de koeien in de stadsweiden bewaakte en in geval van onraad de militairen in de stad waarschuwde door op het uitkijktorentje een mand op en neer te trekken. (…) In 1656 werd besloten de weg naar Zutphen te verbeteren en bij het Koerhuis weggeld of tol te heffen.” (Uit: Deventer getekend)

[Jan de Beijer, rond 1770 uit: Deventer getekend]
Wachttoren wordt herberg
“Thans ziet men nog een gedeelte van dezen wachttoren, zijnde het bovenste gedeelte van hout, met een laag spits oploopend dak, welke de inwoners van Deventer tot uitspanningsoord dient, staande daarbij eene boerderij en herberg.” (Uit: Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden)
“Het Koerhuis werd in de 19de eeuw gebruikt als uitspanning; het uitkijktorentje en het dak waren vervangen door een fraaie overkapping met een veranda. Ook de weg van Deventer naar Zutphen was veranderd. Sinds 1837 liep deze straatweg in een vrijwel rechte lijn van het Pothoofd naar het Koerhuis. Langs de Zutphenseweg, bij de huidige sportvelden, is nog steeds de beboste verhoging te zien waar het Koerhuis ruim 400 jaar gestaan heeft.” (uit Deventer getekend)
Op 22 februari 1856, de dag voor zijn huwelijk, tekende Willem Jan Bonhof voor de pacht van het ‘Koerhuis’ (huis en schuur, totaal 2,67 ha), net buiten Deventer, voor jaarlijks f 353. Zijn broer Hendrikus Bonhof en Gerrit Willem Ratstake stonden borg voor hem. Willem Jan en Geertjen Bonhof-Bonhof kregen op het Koerhuis vier kinderen. In 1865 verhuisde het gezin naar Ermelo.

[Arnoldus A.C. van 't Zant, Koerhuis voor 1866, uit: Deventer getekend]
Willem Bonhof, zoon van Willem Jan, schreef over het Koerhuis “hij (Willem Jan) huurde een kleine boerderij waaraan tevens verbonden was een herberg, ongeveer 10 minuten van de stad D. (Deventer) ‘t Was geen kroeg van onze tijd, maar ‘t was een onmisbare herberg voor dien tijd toen nog per Dilligence en Postwagens de reizen werden gemaakt… ‘t Was een bizondere bouwtrant van den herberg, het scheen dat het vroeger een fort was geweest, want de middelste kamer was rond, dit moest vroeger een toren zijn geweest het dak was plat omheind met een leuning, daar konden de Dames en Heeren des Zomers als ze niet in de bovenzaal wilden zitten met de theetafeltjes om het dag zitten en hadden zoodoende een prachtig uitzicht over de omgeving. Dit lokte dan ook menige fam. des Zomers om van de Stad een rondwandeling te maken.”
Bronnen
- Deventer getekend: samengesteld door N. Herweijer en C.H. Slechte, uitgegeven door het Deventer museum ‘de Waag’, Uitg. Terra Zutphen, 1985.
- Ach Lieve Tijd – 1000 jaar Deventer en de Deventernaren.
- Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden: A.J. van der Aa, oorspronkelijk uitgegeven in 1849
- Koerhuis (Deventer), artikel op Wikipedia gestart door Ronn Boef.
© Ronn Boef – laatst bijgewerkt op 7 februari 2010
Leave a Reply